'Hier ruimte voor de titel'

Tijdens HBO-V-stages en haar werk als wijkverpleegkundige zag Nienke Bleijenberg dat de zorg niet altijd is zoals die moet zijn. Hoe maak je zorg voor kwetsbare ouderen thuis beter en efficiënter? Die vraag is haar drijfveer in alles wat ze doet: als onderzoeker, verpleegkundige en docent.

‘Kijkend naar mijn eigen expertise, eerstelijns ouderenzorg, stelt de samenleving ons voor grote vraagstukken: vergrijzing, complexe zorg in de eerste lijn, ouderen die langer thuis wonen, minder verpleeghuiszorg, zorg die van de tweede naar de eerste lijn verschuift. Om goede kwaliteit van zorg te leveren aan deze groep zijn goed opgeleide verpleegkundigen nodig die weten hoe ze moeten handelen in situaties waarin zich complexe problemen voordoen. Mijn ambitie is om excellente, kritische en nieuwsgierige verpleegkundigen en verpleegkundig onderzoekers op te leiden die passie hebben voor hun vak. Daarnaast is het van belang dat we het verpleegkundig handelen wetenschappelijk onderbouwen, zodat onze patiënten adequate en effectieve zorg ontvangen.’

Nadenken over implementatietraject

‘Onderzoek binnen het verpleegkundig domein moet idealiter praktijkgericht zijn om zinvol te zijn. En zelfs dan zie je dat nieuwe inzichten uit onderzoek niet vanzelfsprekend hun weg vinden naar de praktijk. Dat heb ik meegemaakt met de resultaten van mijn promotie-onderzoek. Het meest effectieve materiaal voor behandeling van donorplaatsen na een huidtransplantatie bleek hydrocolloidverband te zijn. Maar dat was het enige verbandmiddel dat in de praktijk niet voor deze wonden werd gebruikt. Het resultaat was voor sommigen teleurstellend – zij hoopten dat een ander verbandmiddel het beste was. Bovendien moet je hydrocolloid vaker verwisselen en is het minder goed voorradig. Als ik nu een nieuwe studie zou doen, zou ik in het begin al veel beter nadenken over barrières die verpleegkundigen ervaren in de praktijk om resultaten van wetenschappelijk onderzoek uiteindelijk beter toepasbaar te maken. Als je de barrières namelijk kent, dan kun je vooraf beter nadenken over het implementatietraject.’

Weven door de leerlijn

‘Eind 2012 ben ik gepromoveerd en eindigde mijn contract als onderzoeker bij het AMC. Dat wist ik op voorhand, natuurlijk. In het Spaarne ziekenhuis ben ik daarna ruim twee jaar stafmedewerker Research en Bedrijfsvoering en coördinator van wetenschappelijke stages geweest. Interessant om te ervaren hoe financiering van onderzoek gaat, hoe je projectmatig werkt. Toch wilde ik graag weer terug naar de inhoud van het onderzoek. En het mooie van mijn positie aan de HvA is dat ik nu zowel onderzoek doe als onderwijs geef. Want ik vind het ook belangrijk dat resultaten van onderzoek beter geïntegreerd worden in het curriculum van verpleegkundestudenten. Daar heeft de Hogeschool van Amsterdam oog voor – inmiddels is hier een hoofd Onderzoek voor de opleiding verpleegkunde aangesteld. We hebben Journal Clubs en researchbesprekingen met collega’s. De uitdaging is om onderzoeksvaardigheden en resultaten van onderzoek door de hele leerlijn van vier jaar te weven en dat je vakken aan elkaar verbindt.’

Organiseren van zorg

‘Ik ben blij dat ik mag deelnemen aan het Leiderschapsprogramma. Ik wil graag een eigen onderzoekslijn ontwikkelen, maar ik vind het best lastig om mijn eigen focus daarvoor te vinden. Elke bijeenkomst zet me steeds enorm aan het denken. Door te sparren met elkaar en door kritische vragen die mijn mentoren me stellen, kom ik er verder mee. Ik wil wondzorg nu graag als onderdeel gaan zien van interdisciplinaire zorg voor complexe chirurgische patiënten. Dus niet alleen de toepassing van de beste verbandmaterialen verder onderzoeken, maar ook: hoe organiseer je de zorg in het ziekenhuis en na ontslag? Er zijn zoveel disciplines bij betrokken, bijvoorbeeld medisch specialisten, fysiotherapeuten, diëtisten, huisarts en wijkverpleegkundigen. Verpleegkundigen kunnen in die samenwerking en afstemming een coördinerende rol spelen, maar de vraag is onder meer wat daar allemaal bij komt kijken. We moeten samen met de praktijk onderzoek bedenken en plannen maken die de kwaliteit van zorg kunnen verbeteren.’

Carrièrepaden

‘Ik werk ernaar toe dat ik over het netwerk en de subsidies kan beschikken om zelf mijn onderzoek te gaan bedruipen en promotietrajecten te kunnen uitzetten. Toch is dat niet primair mijn doel. Mijn wens is ooit onderzoek, onderwijs en patiëntenzorg optimaal te kunnen combineren. De verpleegkundig hoogleraren zijn actief bezig carrièrepaden te ontwikkelen die dat mogelijk maken. Het zou normaler moeten worden dat je dat als verpleegkundige ook kan doen, net als artsen. Niet elke verpleegkundige hoeft zelf onderzoek te doen. Het is al beter dan het tien jaar terug was, maar het zou toch normaler moeten worden dat verpleegkundigen onderzoek doen en dat dat onderzoek een grotere plek krijgt in de praktijk.’