Judith Meijers: ‘Wat gebeurt er als ik kapitein op mijn schip word?’


‘Onderzoekers bedenken de ideale praktijk, maar de praktijk is weerbarstig’, zegt senior-onderzoeker, beleidsadviseur en verpleegkundige Judith Meijers. Ze zoekt constant de dialoog met alle partijen die nodig zijn om kwaliteitsverbetering in de zorg tijdens de laatste levensfase mogelijk te maken. ‘Als een kind wordt geboren is alles geregeld. Bij het sterven is dat veel minder het geval.’

In 2005 klonk er tromgeroffel. Promovenda Judith Meijers behoorde tot een delegatie van de Universiteit Maastricht die de aandacht van de Tweede Kamer vroeg voor een urgent probleem. Haar onderzoeksgegevens vanuit de jaarlijkse Landelijke Prevalentiemeting Zorgkwaliteit (LPZ) gaven aan dat 1 op 4 patiënten in de thuiszorg, het verpleeghuis of het ziekenhuis ondervoed was. Schrikbarende cijfers.

Probleem aanpakken

‘Het mooie van dit project vond ik dat verpleegkundigen de jaarlijkse metingen naar ondervoeding zelf deden. Dat ze zagen hoe vaak het voorkwam en dat hun handelen transparant werd. Het onderzoek functioneerde als een jaarlijkse audit onder meer dan 60.000 cliënten. We onderzochten niet alleen de prevalentie van ondervoeding en welke screeningsinstrumenten bruikbaar waren, maar ook de aanpak van het probleem. In een trendartikel heb ik kunnen laten zien dat de prevalentie van ondervoeding daalt door jaarlijkse deze audits te doen en het beleid te verbeteren.’

Voeten in de klei

Patiënten de zorg bieden die ze nodig hebben, dat was sinds de in-service-opleiding tot verpleegkundige in Venlo Judith’s passie. Ze zette graag dat stapje extra voor patiënten, maar constateerde dat hun behoeften niet altijd centraal stonden in de ziekenhuisorganisatie. Om te leren hoe dat beter kon en dit zelf te kunnen aanpakken, deed ze de kaderopleiding management en zorg en daarna de masteropleiding Zorgwetenschappen in Maastricht. De verpleegkundige, die graag met haar voeten in de klei stond, voelde zich enorm aangesproken door de academische denkwijze.

Linking pin

Na haar afstudeeronderzoek, dat ze in Canada deed bij onder anderen prof. dr. Greta Cummings, werd ze gevraagd als promovenda binnen het LPZ-project. Tot 2012 bleef ze aan dat project verbonden, de praktijk in haar hart met zich meedragend. En dat geeft haar nu vleugels in de rol als ‘linking pin’ tussen de Academische Werkplaats Ouderen van de Universiteit Maastricht en Zuyderland Zorgcentra, een conglomeraat van zorginstellingen. ‘Een linking pin of senior-onderzoeker is vanuit Universiteit Maastricht 1 dag gedetacheerd bij de zorgorganisatie, of andersom. De werkplaats richt zich op het verbeteren van de kwaliteit van zorg voor ouderen door bruggen te slaan tussen de praktijk, het onderwijs en onderzoek. We werken samen binnen thema’s aan projecten. Die werkwijze met kruisbestuivingen, multidisciplinaire aanpak en duo-aanstellingen blijkt een succesvolle formule om noodzakelijke vernieuwing in de zorg van ouderen te realiseren.’

Dialoog

‘Wij onderzoekers bedenken vaak de ideale praktijk’, schetst ze de uitdaging. ‘Maar de praktijk is weerbarstig, het is druk, er gelden soms andere prioriteiten. Komen wij met een gevalideerde vragenlijst, dan kunnen er vanuit de praktijk reacties terugkomen als: Hoeveel tijd kost het om die af te nemen? Kunnen we er vragen aan toevoegen? Door constant te communiceren met alle niveaus in de zorginstellingen tasten we af wat haalbaar is. We zijn voortdurend in dialoog hoe evidence based interventies of werkwijzen zijn in te zetten op een manier die past in de dagelijkse praktijk van verpleegkundigen.’

Palliatieve zorg

Judith’s opdracht bij Zuyderland Zorgcentra werd om de kwaliteit van de palliatieve zorg voor ouderen in de Westelijke Mijnstreek onder de loep nemen. ‘Dat thema raakte me in het hart. Als een kind wordt geboren is alles geregeld. Maar bij het sterven is dat veel minder het geval. Toen ik 4 was, nam mijn moeder ontslag om voor haar vader te zorgen, die stervende was. Ze heeft bijna een jaar voor hem thuis gezorgd. Hij overleed uiteindelijk toch in het ziekenhuis, wat niet zijn wens was. Die heftige periode heeft veel indruk op me gemaakt en geeft de diepe drive om voor dit vakgebied te kiezen. We zijn knelpunten gaan analyseren in het hele netwerk van zorgverleners, -instellingen en mantelzorgers. De zes projectvoorstellen die daaruit kwamen, zijn allemaal gehonoreerd. Dat geeft enorm veel energie.’

Kwetsbaar

Onlangs honoreerde ZonMw haar projectvoorstel in het kader van het programma Palliantie. Het grootschalige project (1 miljoen euro) richt zich op betere zorg voor demente ouderen en hun naasten in de laatste levensfase. ‘Doel is competenties van verpleegkundigen hierin te vergroten en intensievere samenwerking tussen disciplines en zorginstellingen tot stand te brengen. Uit onderzoek weten we dat verpleegkundigen in Nederland zich niet competent voelen om deze groep te begeleiden. Meer dan 90 procent van de demente ouderen sterft in een verpleeghuis en bij de helft is de kwaliteit van het sterven onvoldoende. Het leveren van goede zorg in deze complexe en kwetsbare situaties stelt zorgverleners voor uitdagingen. Dit maakt het een relevant onderwerp voor wetenschappelijk onderzoek.’

Koers

Judith koos ervoor ondervoeding en het uitgebreide netwerk dat ze op dit gebied had, meer los te laten. ‘Dat was erg spannend. Mijn deelname aan het 'Leadership Mentoring in Nursing Research' (LMNR) heeft me geholpen hierbij stil te staan. Tot nu toe was ik veel met alles meegevaren, maar wat gebeurt er als ik kapitein op mijn eigen schip word, waar vaar ik dan heen? Ik ontwikkel meer koers. Meer zelfvertrouwen. Meer leiderschap. Heb de rust en overtuiging gekregen om hoofdaanvrager van mijn projecten te worden. Mijn LMNR-mentoren Jos Schols en Greta Cummings heb ik aan mijn laatste projectaanvraag verbonden. Voorheen zou ik hen gevraagd hebben als hoofdaanvrager op te treden.’