Getty Huisman-de Waal: ‘Onderzoek wat voor jouw patiëntenpopulatie belangrijk is’


Hoe beter de kwaliteit van verpleegkundige basiszorg, des te meer verpleegkundigen kunnen betekenen voor patiënten. Getty Huisman-de Waal noemt basiszorg de ‘kern van het beroep’.



‘Een machtig mooi beroep, dat nog mooier wordt door wetenschappelijke onderbouwing’. Dat is de verpleegkunde voor Getty Huisman-de Waal. Haar belangstelling voor onderzoek werd aangewakkerd tijdens het onderzoek naar kwaliteitsindicatoren voor verpleegkundige zorg waarmee ze de hbo-v-opleiding afsloot. ‘Ik ben in deeltijd gezondheidswetenschappen gaan studeren in Maastricht. Een wereld ging voor me open: ik zag dat verpleegkundig wetenschappelijk onderzoek heel veel kan opleveren voor patiënten.’
Op haar verpleegafdeling, Maag-, darm- en leverziekten in het Radboudumc, kon Getty in haar derde studiejaar als onderzoeksassistent meewerken aan verpleegkundig georiënteerd wetenschappelijk onderzoek. In 2010 promoveerde ze op eigen research naar problemen die mensen ervaren die levenslang afhankelijk zijn van intraveneus toegediende voeding. Vermoeidheid, depressieve gevoelens en beperkingen in het sociale leven drukken een grotere stempel op hun dagelijkse leven dan de lichamelijke klachten. ‘Mijn promotieonderzoek gaf inzicht in wat voor patiënten echt relevant en belangrijk is en hoe belangrijk de invloed van verpleegkundige interventies daarin is.’

Onderzoek naar dagelijkse zorg

Vervolgens kreeg Getty als verpleegkundig expert op dezelfde verpleegafdeling de specifieke taak om kennis uit onderzoek toe te passen in bijvoorbeeld protocollen en om zelf kennis te ontwikkelen. Ze verrichtte een aantal praktijkgerichte onderzoeken. Zo was ze nieuwsgierig naar wat wasbeurten zonder water patiënten konden bieden. ‘Over wassen met doekjes bestonden negatieve beelden; 95 procent van de verpleegkundigen zag het als een verkapte maatregel om te kunnen bezuinigen op personeel. Op twee afdelingen zijn we toch een proef gaan doen. Na twee weken zag 90 procent van de verpleegkundigen al toegevoegde waarde van het wassen zonder water. Patiënten ervoeren minder pijn en vermoeidheid en hielden tijd en energie over om iets met familie te doen of te mobiliseren. Het wassen met doekjes is inmiddels ingevoerd op veel afdelingen als extra keuze voor patiënten. De dag na een operatie wordt dat veelal als heel prettig ervaren, maar zijn mensen drie dagen verder, dan willen ze vaak liever onder de douche. Dit voorbeeld laat perfect zien dat goede basiszorg essentieel is voor kwaliteit van zorg en kwaliteit van leven. Dat je als verpleegkundige daarmee dus echt het verschil kunt maken voor patiënten.’

Vragen uit de praktijk

Dat verschil is relevant voor alle patiëntenpopulaties, zowel in ziekenhuizen, de wijk of bijvoorbeeld in verpleeghuizen, benadrukt Getty. ‘Ik zie basiszorg als de kern van het beroep en daar is nog veel winst in effectiviteit en kwaliteit te behalen. Bijvoorbeeld door pre-operatief meer aandacht te besteden aan goede voeding, een onderwerp dat ik nu onderzoek. Verpleegkundig onderzoek is vaak specialistisch of erg medisch georiënteerd, terwijl er nog veel onbeantwoorde vragen liggen over basishandelingen die verplegenden en verzorgenden dagelijks verrichten. Essentieel is dat je vragen uit de praktijk onderzoekt, waar verpleegkundigen veelvuldig mee te maken hebben, die ze herkennen en waarbij ze zelf kunnen meewerken aan het vinden van een antwoord. Het helpt ook enorm als verpleegkundigen en patiënten een vernieuwing kunnen ervaren zonder dat er direct consequenties aan vastzitten.’

Gesterkt

Deelname aan het tweejarige programma 'Leadership Mentoring in Nursing Research' (LMNR), heeft Getty doen besluiten van basiszorg in het ziekenhuis haar onderzoekslijn te maken. ‘De afgelopen jaren was mijn focus in het onderzoek niet altijd duidelijk. In het leiderschapsprogramma reflecteren we sterk op waar we nu staan en waar we heen willen. Sinds kort hebben we in het Radboudumc een nieuwe hoogleraar verplegingswetenschap, Hester Vermeulen. Door haar voel ik me gesterkt in mijn focus op basiszorg en de invloed daarvan op de kwaliteit van de totale verpleegkundige zorg. Het verschil dat zij maakt geeft ook zo duidelijk de noodzaak aan van meer verpleegkundig hoogleraren in Nederland. Er zijn best al veel stappen gezet, maar we hebben behoefte aan meer kennis, implementatie daarvan en ook aan het de-implementeren van handelingen zonder toegevoegde waarde.’

Enthousiasmeren

Getty wil op haar beurt verpleegkundigen aanzetten na te denken over wat ze doen, hoe ze dat doen en wat de beste manier is. ‘Ik merk dat als je mensen enthousiasmeert, als je uitstraalt hoe belangrijk onderwijs en onderzoek zijn voor de dagelijkse praktijk, je hen kunt meenemen. Bij de opleiding voor verpleegkundig specialisten geef ik les in evidence based practice. Het doen van een literatuurstudie is daar onderdeel van – iets waar de meeste studenten dan nog geen ervaring mee hebben. Het merendeel gaat binnen tien weken een drempel over, krijgt er plezier in. Ik vind het leuk als verpleegkundigen niet meer naar een arts hoeven te lopen om te vragen: heb je nog een onderzoeksonderwerp voor me? Mijn boodschap: probeer onderzoek terug te brengen naar een vraag die voor verpleegkundigen en voor jouw eigen patiëntenpopulatie belangrijk is!’ Getty werkt mee in een grootschalig ZonMw-project ‘Basic Care Revisited’, dat aan 3 universiteiten wordt uitgevoerd. Haar ambitie is de onderzoekslijn ‘basic care in hospital’ uit te breiden en om binnen de regio Nijmegen voor langere tijd samenwerkingsverbanden op te zetten, te verstevigen en te bestendigen. Daarnaast is nationale en internationale samenwerking belangrijk. Als onderdeel van het LMNR-programma heeft Getty een Australische onderzoeksgroep bezocht, gespecialiseerd in basic care, om te gaan samenwerken. Tenslotte wil ze de samenwerking met andere disciplines, zoals diëtisten en fysiotherapeuten, versterken. Welke positie ze in de toekomst gaat innemen, maakt haar niet zo veel uit. ‘Het gaat mij er om dat ik net zo enthousiast blijf over de inhoud van mijn vak als dat ik nu ben.’